Het vakwerkhuis op Termaar

 
  Plaats de cursor op de foto van uw keuze voor meer informatie...
Het vakwerkhuis bij de splitsing Termaar-Koulen
Wie ons dorpje via de Straterweg in zuidelijke richting verlaat, passeert bij de splitsing Termaar-Koulen een typisch Limburgs vakwerkhuis. Eerlijk gezegd staat het er al zó lang dat het ons eigenlijk niet meer opvalt. Jammer want de Limburgse vakwerkhuizen zijn, behalve een uniek stukje cultuurhistorie, ook de parels in ons landschap!
Een parel in ons landschap... Deze uit de Germaanse tijd daterende bouwstijl wordt gekenmerkt door een dragend skelet van houten balken dat met mortel of leem is opgevuld. Het staat vast dat er eeuwen geleden al vakwerkhuizen in Limburg stonden. Misschien ligt de oorsprong van deze bouworde wel bij de paalwoningen van de Bandkeramiekers die zich zo'n 5000 jaar geleden in de Maasvallei vestigden en daar de eerste dorpen stichtten. Geschiedschrijvers uit de Romeinse tijd berichtten reeds dat de inheemse bewoners in onze streken huizen bouwden met hoge gevels, daken van stro en lemen wanden. Toch is er een belangrijk verschil tussen de prehistorische paalwoning en de ons bekende vakwerkwoning. Bij de paalwoning stonden de houten stijlen namelijk in de vochtige bodem terwijl het vakwerkhuis op een houten voetraam staat dat rust op een bodem van stenen. Dit fundament was een geniale vinding want het verlengde de levensduur van het houtwerk aanzienlijk. Dankzij het solide skelet van zware stijlen, posten en schoren staan in onze contreien vakwerkhuizen die al honderden jaren oud zijn!
Deze woningen werden doorgaans zelf gebouwd. Meer dan hout, stenen, stro en leem had de bouwer in spe niet nodig en dat was overal voldoende voorhanden. Allereerst werd een houten raamwerk opgezet dat de vorm van het toekomstige huis bepaalde. Later maakten sommige handwerkers hier hun beroep van en trokken als raam-maker van dorp tot dorp om hun diensten aan te bieden. Vele Limburgers danken daar zelfs hun familienaam aan want toen deze mannen zich in de tijd van Napoleon op het gemeentehuis moesten melden om hun naam te laten registreren lieten ze zich inschrijven als Raammaekers.
De wegwijzer op de splitsing De vakken tussen de balken van het raamwerk werden opgevuld met een vlechtwerk van buigzame twijgen dat aan de binnen- en buitenzijde werd bepleisterd met een mengsel van natte klei en in korte stukjes gehakt stro. Als dat na een paar weken drogen voldoende was uitgehard, werden de wanden glad gemaakt en wit gekalkt. Het dak dat uitsluitend bedekt werd met stro liet men ver over de zijwanden heen reiken zodat de regen geen vat kon krijgen op de toch wel kwetsbare buitenmuren. Bovendien werd het onderste gedeelte van de buitenmuren ook nog eens bedekt met een laag teer waardoor deze nog beter beschermd werden tegen vocht. Nu nog ziet men soms hoe de eigenaar van een vakwerkhuis in de week voor kermiszondag de teerlaag vernieuwt en de kalklaag oververft!
In tegenstelling met de stedelijke vakwerkhuizen in onze buurlanden (kunstig gebouwd en soms versierd met houtsnijwerk in Gotische of renaissancestijl) kenmerkt zich de Limburgse vakwerkwoning door soberheid. De enige versiering is een vrome spreuk, het bouwjaar of de initialen van de bouwer in de bovendorpel van de buitendeur.
Lemen huizen roepen tegenwoordig een nostalgische sfeer op maar vroeger hadden ze een negatieve bijklank. De bewoners van een ‘e leime buujtje’ waren per definitie arm, een vooroordeel wat gebaseerd was op het gebruik van natuurlijke en dus goedkope materialen. Wie véél geld had, bouwde zijn huis van steen en werd 'steenrijk' genoemd...

Foto's: Lieske Leunissen

 
Terug naar markante plekjes in Klimmen.

Terug naar ligging van Klimmen.

Terug naar boven.