|
|
Zo schreef W.A. Bachiene in 1791 en ook de rest van zijn woorden zouden een passende inleiding van dit hoofdstuk kunnen vormen: "KIimmen zelve ligt 3 uuren gaans, noord-oostelijk van Maastricht en niet verder dan één uur van Valkenhurg, aan den gemeenen landweg naar Heerle. Dit dorp ligt op de hoogsten der bergen dezer landstreek; van welks top men allerwege een verre uitgestrekt en een fraai gezicht heeft. Dewijl men, van Valkenburg derwaarts gaande, allengs tegen deze hoogte opklimt, van daar meent men, dat dit dorp den naam Klimmen zou verkregen hebben".
Waarna we Anno 1877 Witkamp, samensteller van een aardrijkskundig woordenboek laten vervolgen met:
"Klimmen, gemeente in Limburg, ingesloten door Wijnandsrade, Hoensbroek, Voerendaal, Wijlre,
Schin-op-Geulle en Hulsberg. De oppervlakte van de hoog gelegen grond bestaat uit Limburgsche Klei. De gemeente is ruim 789 bunder groot".
Aldus deze schrijvers uit het verleden.
"Lokaliseren" hebben de inleiders al gedaan, waaraan nog kan worden toegevoegd dat Wijnandsrade ten noorden, Hoensbroek ten noord-oosten, Voerendaal ten oosten, Wijlre en Schin-op-Geul, (deze laatste gemeente werd in 1940 bij Valkenburg-Houthem
gevoegd), ten zuiden van Klimmen liggen. Valkenburg-Houthem, Wijlre en Klimmen vormden
in Ransdaal een soort van "drie gemeentenpunt". Hulsberg sluit, als laatste bij deze "ommegang", de westgrens.
Klimmen bestaat uit verschillende buurtschappen, waarvan Weustenrade wel het verst van de kom verwijderd ligt. Dit gehucht heeft zijn eigen cachet hetgeen vooral gevormd wordt door de beemden langs de Luyperbeek en de voormalige oliemolen aan de Geleenbeek.
Op het oude Retersbeek, gelegen aan de linker-oever van de beek die ook deze naam draagt, met zijn diverse fraaie gevels, zou men het Maastrichtse gezegde kunnen toepassen: 't is neet breid, mèè laaank.
Van 't Barrier, waar zo'n twee eeuwen geleden een tolhuis lag, naar het voormalige
wingebied van de "Crauberger-steen" Craubeek, is maar 'n steenworp verwijderd van Ransdaal, dat zoals reeds gezegd, vroeger tot drie gemeenten behoorde nl. Wijlre, Valkenburg-Houthem en Klimmen. In de laatste decennia is het karakter van deze gehuchten sterk van karakter veranderd. De landbouwers, die voorheen nog in de meerderheid waren, vormen thans een minderheid onder de pendelende werknemers.
Het hoog gelegen Termaar, dicht bij de spooorweghalte, biedt, evenals de Koulen, naar vele kanten mooie vergezichten.
Walem, waarvan de naam misschien afkomstig is van het "heim van Walo" (een Frankische persoonsnaam), behoorde voorheen gedeeltelijk tot de gemeente Klimmen maar behoort tegenwoordig bij de gemeente Valkenburg-Houthem (thans gemeente Valkenburg aan de Geul, Red.).
Dolberg ligt op een smalle, naar drie kanten afdalende heuvelrug en doet ons met zijn Blauwberg terugdenken aan de voor- of vroeghistorie.
Op het hoogste punt (± 140 meter boven N.A.P.) ligt de buurtschap Overheek met aan haar voeten de Heek.
Rond en op de heuvel liggen de roodgedaakte huizenkransen van de kom met in hun midden de oude, grijze Romaanse kerk en haar stoere toren, die zich als een baken boven de Geul- en Geleenvallei verheft.
Na deze korte wandeling door de diverse gehuchten, menen we het landschap ook niet te mogen vergeten. Het karakteristieke van het landschap binnen de gemeentegrenzen wijst haast vanzelf naar het "plateau van Schimmert" en zijn krijtachtige nabuur "het plateau of massief van Ubachsberg" en mag dus niet onvermeld blijven.
Ingesloten door het dal van Maas, Geleen en Geul, dringt het plateau van Schimmert, dat vrij vlak is en maar weinig ingesneden dalen heeft, vanuit het westen en het noorden de gemeente binnen. Aan de randen van dit plateau ontspringen beken. Zo ook aan de noordrand, bij de dorpskern van Klimmen, de Retersbeek, die in noordelijke richting stroomt.
Door de doorlaatbaarheid van de bodem vinden we het grondwater op dit plateau op grote
diepte en de eerste nederzettingen vestigden zich dan ook bij voorkeur bij het brongebied
van een beek. Klimmen ontstond aldus bij het brongebied van de Retersbeek, waarbij men de
bezwaren van een flinke berg in de buurt maar op de koop toe nam.
Die berg brengt ons trouwens naar een ander landschap, want hij is een oostelijke
uitloper, die het plateau van Schimmert met dat van Ubachsberg verbindt. Dit hoge massief,
met zijn steile hellingen, heuvels en dalen, dat prachtige vergezichten oplevert, komt
vanuit Kunrade en Ubachsberg binnen in het dorp. Het dal van Craubeek, dat ten zuiden van
Klimmen begint en het dal van de Hekerbeek, waardoor de weg van klimmen naar Valkenburg loopt, vormen de grenzen van dit plateau aan zijn zuidwestzijde. Dit plateau bestaat uit zeer dikke krijtlagen, het Kunrader-krijt. Banken van harde kalksteen wisselen daarbij af met zachtere lagen en deze kalksteen leverde reeds in de Romeinse tijd het bouwmateriaal voor de streek op. De Klimmenaren, die dit materiaal bij Craubeek uithakten, noemden dit vanzelfsprekend "Crauberger". Ook diende deze grondstof voor kalkbereiding. Dit plateau kent geen bronnen of beken, het krijt voert het water ondergronds af.
Het grondwater staat zo laag, dat de bodems van de dalen droog zijn. Alleen aan de rand,
zoals bij Craubeek, ontstaan bronnen. (Zevensprong).
Het dal van Ransdaal is vrij breed en heeft een gering verval, zodat hier het straatdorp Ransdaal kon ontstaan. De lössachtige, kalkrijke aarde, die dit terrein bedekt, is in doorweekte toestand zeer kleverig en wordt dan ook "kleefaarde" genoemd.
Ondanks het door dalen, terrassen en diepe insnijdingen vaak moeilijk begaanbare terrein,
is deze bodem, door de vruchtbare kleefaarde, algemeen als bouwland in gebruik.
|
|