De Kermis

 
 
Rustaltaar op de Overheek tijdens de bronk
Foto met dank aan Dhr. W. Hulscher

De jaarlijkse viering ter herinnering aan de kerkwijding bestond oorspronkelijk uit een plechtige H. Mis, de kerkmis. Later groeide deze dag uit tot een openbaar feest, de kermis.
Eertijds bestonden in de landen van Overmaas twee kermissen, nl. de kermis ter gelegenheid van de grote processie, theophoria genaamd en die van de patroon der kerk, tevens herdenking van de kerkwijding. Op aandringen van de luitenant-voogd Pélerin werden de bestaande kermissen op 7 mei 1777 door de Staten-Generaal van Holland afgeschaft. In plaats daarvan werd slechts één algemene kermis ingesteld, voor alle Staatse landen van Overmaas te houden op de zondag na Sint Martinus (11 november) die bovendien niet langer mocht duren dan drie dagen. Deze Sint-Maartenkermis werd al spoedig de Hollandse kermis genoemd.
Typisch is dat deze kermis ruim honderd jaar later nog aanleiding gaf tot een kleine volksstemming. Op initiatief van enkele Klimmenaren kwamen nl. in 1903 een aantal ingezetenen in de school bijeen om over het wel of niet handhaven van deze kermis te beslissen. Blijkbaar voelden de initiatiefnemers deze kermis toen nog altijd aan als een buiten de traditie staande gebeurtenis. Toch is hun voornemen niet uitgevoerd: 8 stemmen waren voor de afschaffing en 56 er tegen. Eerst bij raadsbesluit van 23 december 1953 werd de Hollandse kermis afgeschaft en de Sint Remigius of "Sintermeis" kermis, na een onderbreking van 176 jaar weer ingesteld.
Uit het reglement van de schutterij uit 1640 blijkt, dat in die tijd de grote bronk op de tweede zondag ná het feest van de Heilige Johannes de Doper (24 juni) plaats vond. Opmerkelijk is, dat we in de kerkvisitatie van 7 oktober 1673 lezen, dat de grote processie op de eerste zondag vóór het feest van de Heilige Remigius werd gehouden. Uit deze aantekening blijkt dus dat toen de grote bronk verschoven was naar het patronagium (Heilige Remigius).
Toen na de Franse tijd (1793-1814) het Hollandse bestuur terugkeerde, bestond nóg een processie-beperking. Commissaris Kerens van het district Maastricht schreef op 17 september 1825 aan onze burgemeester, dat geen andere processies waren toegestaan dan die welke "ingevolge 's Konings bevel" jaarlijks mochten worden gehouden. Dit waren die van Sacramentsdag, de Kruisdagen en Sint Marcus, terwijl de Gouverneur tevens de door de Vicaris-Generaal van Luik vastgestelde processie op de eerste zondag van juli goedkeurde. Met deze laatste werd in 1825 dus ook de daarmee gepaard gaande bronkkermis weer officieel ingevoerd, zij het dan met een kleine verschuiving ten opzichte van de datum uit 1640. Naar de herkomst van de Sint Sebastianuskermis behoeven we niet lang te zoeken. Zij ontstond naar aanleiding van de viering van het patroonfeest der schutterij.

Processiemars op de Overheek
Foto met dank aan Dhr. W. Hulscher

Terug naar geschiedenis van Klimmen.

Terug naar boven.