|
|
Plaats de cursor op de foto van uw keuze voor meer informatie...
Wie via de Putweg afdaalt naar Retersbeek passeert de Carishof, een hoeve met een lange geschiedenis die begint met een vermelding van het "Caris goet" in het jaar 1640!In 1718 is deze hoeve eigendom van Hendrik Ubachs en zijn echtgenote Maria Schillings. In 1734 draagt hij de hof met landerijen, genaamd "Caris" over aan Lemmen Pluymakers. Deze Lemmen is met de dochter (Elisabeth) van H. Ubachs-Schillings getrouwd. Hierdoor komt de Caris in het bezit van de familie Pluymakers, die in 1786 ook eigenaar is van de hof Overheek. De erfpacht van de hoeve Caris bestaat uit 7 koppen rogge aan de kerk van Voerendaal, 4 koppen aan de kerk van Klimmen, een pond was en 11 schellingen aan het huis Ter Heyden en een onbekend bedrag aan het huis Puth. Franciscus Dortu, gehuwd met Margaretha Pluymakers, bewoont in 1777 de hoeve. In 1785 ruilt hij met Baron von Fürth, "Heere van ter Vieren", een stuk land gelegen aan de Geleen op het Retersbeek genaamd "de Plets". Van zijn schoonvader Frans Willem koopt Dortu in 1787 een gedeelte van de Carishoeve voor 4000 gülden. De hoeve bestond aanvankelijk uit drie vakwerkvleugels die later aan de straatzijde door een frontmuur werden afgesloten, waardoor een gesloten binnenplaats (carré-hoeve) ontstond. De frontmuur bestaat beneden uit Kunradersteen waarop verder is gebouwd met mergelblokken. In 1959 werd het vakwerk van de woonvleugel vervangen door baksteen en de achtervleugel afgebroken. De straatgevel van het woonhuis heeft een fraaie zogenaamde in- en uitgezwenkte top (klolgevel) van twee door een horizontale lijst gescheiden geledingen. Boven de horizontale lijst bevindt zich een steen met 1777 F(ranciscus) D(ortu) en een hart met M(argaretha) P(luymakers). Onder de gevelsteen en in de puntgevel van de schuur bevindt zich een zogenaamd "uilegat". In de tuin van de hoeve bevindt zich een geheel gerestaureerd "bakkes" (bakhuis).
Gemeente Voerendaal
|
|||||